Naar aanleiding van het pluralisme-onderzoek doet Aad de Jong (Stichting Nieuwegen) 10 praktische aanbevelingen voor wie bijeenkomsten wil leiden om volwassenen te vormen op religieus en/of moreel gebied.
1. Bereid de bijeenkomsten wel zorgvuldig voor, maar bouw altijd de mogelijkheid in dat deelnemers meebeslissen over zowel de doelstellingen als de inhoud en de methode van de bijeenkomsten.
2. Probeer onnodige conflicten met en tussen deelnemers te voorkomen door telkens weer duidelijk af te spreken over welk(e) onderwerp(en) de bijeenkomst(en) wel en niet gaan.
3. Ga verschillen in overtuiging en verlangens betreffende dezelfde onderwerpen niet uit de weg, maar zorg wel dat de deelnemers andere opvattingen eerst goed verstaan voordat ze er een oordeel over geven.
4. Oefen daarom uzelf en de deelnemers er in eerst de vraag aan ‘andersdenkenden’ te stellen ‘wat bedoel je precies?’ voor men de vraag stelt of beantwoordt ‘wat vind je er van?’
5. Oefen uzelf en de deelnemers er ook in de afzonderlijke uitspraken te verstaan en/of verstaanbaar te maken vanuit elkaars (vaak verschillende) achtergrond door die achtergrond te (laten) expliciteren.
6. Oefen de deelnemers er in zoveel mogelijk relevante (ook praktische) redenen te geven en /of te vinden zowel voor als tegen een bepaalde overtuiging of handelwijze van henzelf en/of van anderen.
7. Probeer niet per se tot consensus te komen, maar oefen wel in het afwegen van argumenten voor en tegen opvattingen en handelwijzen, zowel door ieder afzonderlijk als door de groep(en) gezamenlijk.
8. Zorg ervoor dat de deelnemers duidelijk zien, dat de kloof tussen het overwegen en het accepteren van standpunten van anderen door niets anders overbrugd kan worden dan door de vrije wil van iedere deelnemer zelf.
9. Probeer door de bijeenkomsten niet alleen de particuliere, actuele en seculiere identiteit van de deelnemers te bevorderen, maar ook en vooral hun collectieve, historische en religieuze identiteit, dat wil zeggen hun participatie aan onze geschiedenis met God, door hen telkens weer te vragen wat en hoe ze daar zelf nu in deze wereld een bijdrage aan kunnen en willen leveren.
10. Geef altijd voorrang aan communicatie boven comparatie, d.w.z. aan uitwisseling van overtuigingen en verlangens tussen verschillende mensen betreffende hetzelfde onderwerp boven vergelijking door eenzelfde mens (deelnemer) van verschillende onderwerpen, standpunten, overtuigingen, verlangens en/of handelwijzen.